Wetswijzigingen 2026 voor de vastgoedsector

Geschreven door Redactie Rodenburg op 8 januari 2026

Tarief overdrachtsbelasting voor niet eigen woningen wordt verlaagd naar 8%
De overdrachtsbelasting voor beleggers, verhuurders en projectontwikkelaars gaat omlaag naar
8%. Het nieuwe tarief van 8% geldt voor alle verkrijgingen van woningen (ook voor particulieren
die een woning verkrijgen waar ze niet zelf langdurig als hoofdverblijf in gaan wonen), met
uitzondering van gevallen waarin het bestaande verlaagd tarief van 2% (woning als hoofdverblijf)
of een vrijstelling, zoals de startersvrijstelling, van toepassing is. Let op! Voor niet-woningen blijft
het overdrachtsbelastingtarief op 10,4%.

Startersvrijstelling – woningwaardegrens 2026 : € 555.000
De woningwaardegrens voor toepassing van de startersvrijstelling (18–35 jaar, hoofdverblijf)
wordt per 1 januari 2026 verhoogd naar € 555.000. Voor verkrijgingen boven deze grens geldt de
vrijstelling niet. Wil men gebruik maken van de verhoging, dan moet het transport na 31
december 2025 plaatsvinden. Het moment van het ondertekenen van de koopovereenkomst is
daarbij niet van belang.

Verhoging btw-tarief op logies
Vanaf 1 januari 2026 gaat de btw op logies omhoog van 9 procent naar 21 procent. Onder logies
wordt verstaan het beschikbaar stellen van een ingerichte verblijfsruimte door hotels, pensions
en vakantiebestedingsbedrijven voor een korte periode, waarbij de huurder niet zelf
verantwoordelijk is voor het onderhoud van de inventaris. Dit betreft onder andere:
hotels/pensions, vakantiehuisjes, stacaravans, pipowagens, bootcabines, enzovoort.

NHG stijgt naar € 470.000 in 2026
Per 1 januari 2026 wordt de NHG grens verhoogd naar € 470.000. De huidige NHG-grens in 2025
zit op € 450.000. Bij een hypotheek waarbij aanvullende energiebesparende voorzieningen
worden meegefinancierd is de NHG-grens 6% hoger, namelijk € 498.200. Dit was in 2025 nog €
477.000 Deze verhoging vergroot het bereik van NHG en zorgt ervoor dat een hypotheek met
NHG toegankelijk blijft voor veel woningkopers. De provisie die betaald moet worden bij het
afsluiten van een hypotheek met NHG blijft op 0,4% staan over het hypotheekbedrag.

Bindend aanbod
De datum van het bindend aanbod is leidend voor de NHG. Indien het bindend aanbod van de
geldverstrekker is uitgebracht ná 1 januari van een bepaald jaar, dan gelden de ‘Voorwaarden en
Normen’ (en daarmee ook de kostengrens en de borgtochtprovisie) van het jaar van het
bindende aanbod.

Hypotheekrenteaftrek in 2026
Het maximale aftrektarief gaat naar 37,56%. In 2025 was het toptarief nog 37,48%. Sinds 1
januari 2014 wordt de maximale hypotheekrenteaftrek voor hogere inkomens ieder jaar met
0,5% afgebouwd.

Hillen-aftrek daalt naar 71,87% in 2026
De aftrekpost vanwege geen of geringe eigenwoningschuld (Hillen-aftrek) daalt vanaf 2026 met
4,8% per jaar. Daarmee is de maximale aftrek in 2026 nog maar 71,87%. In 2025 daalde de
Hillen-aftrek van 80,01% naar 76,67%. Huiseigenaren die momenteel onder deze regeling vallen,
zullen elk jaar een iets hoger eigenwoningforfait betalen.

Huurtoeslag
Vanaf 1 januari 2026 worden de maximum huurgrenzen (jongeren en niet-jongeren) als
voorwaarde voor het recht op huurtoeslag afgeschaft. Huurders met een laag inkomen en hoge
huur worden geholpen door deze maatregel. Het bedrag aan huurtoeslag wordt wel berekend op
basis van het bedrag van de maximum huurgrens. Huishoudens krijgen dus geen huurtoeslag
over het huurdeel boven de maximum huurgrens. Tevens wordt de hoogte van de huurtoeslag
gebaseerd op de kale huur (subsidiëring van servicekosten wordt afgeschaft). Een
vereenvoudiging voor zowel de huurder als Dienst Toeslagen. De leeftijdsgrens voor het
verkrijgen van volledig recht op huurtoeslag wordt verlaagd van 23 naar 21 jaar, waarmee een
harmonisatie met de leeftijdsgrens van het wettelijk minimumloon wordt bewerkstelligd.

Huurverhoging woonruimte
De huur van een sociale huurwoning mag vanaf 1 juli 2026 met maximaal 4,1 procent omhoog.
Let op, de vanaf datum van sociale huurwoningen wijkt af van midden huurwoningen en vrije
sector huurwoningen. De huur van een midden huurwoning mag vanaf 1 januari 2026 met
maximaal 6,1 procent omhoog. De huur van een vrije sector huurwoning mag vanaf 1 januari
2026 met maximaal 4,4 procent omhoog.

Toekomstige wetswijzigingen
Wet modernisering servicekosten

De overheid heeft de afgelopen jaren alles uit de kast getrokken om huurders beter te
beschermen en misstanden op de huurmarkt aan te pakken. Met strengere regels en nieuwe
wetten probeert zij de rechtspositie van huurders te versterken. Denk bijvoorbeeld aan de
invoering van de Wet goed verhuurderschap, de Wet maximering huurprijsverhoging
geliberaliseerde huurovereenkomsten en de Wet betaalbare huur. Aan dit rijtje is nu een nieuwe
wet toegevoegd: de Wet modernisering servicekosten. Deze wet is in het leven geroepen om
huurders beter te beschermen tegen verhuurders die onterecht servicekosten in rekening
brengen of kosten doorbelasten die geen relatie hebben met daadwerkelijk geleverde diensten.
Het streven is dat per 1 juli 2026 de Wet modernisering servicekosten inwerking zal treden. De
belangrijkste wijzigingen zijn:

1. Limitatieve lijst in het Besluit servicekosten
De huidige, niet-limitatieve lijst van servicekostencategorieën in het Besluit servicekosten,
wordt omgevormd tot een limitatieve lijst. Hiervoor wordt de wettelijke grondslag in
artikel 7:237 lid 3 BW aangepast. Met een limitatieve lijst kunnen huurders en
verhuurders makkelijker nagaan of zij voor bepaalde zaken of diensten servicekosten
verschuldigd zijn. De geconsolideerde versie is hier te vinden.
2. Modernisering en ministeriële regeling
Het Besluit servicekosten wordt gemoderniseerd zodat duidelijker wordt welke kosten als servicekosten gelden. Daarnaast komt er via een wijziging van artikel 7:237 BW de mogelijkheid om bij ministeriële regeling regels te stellen over de berekening en maximale hoogte van servicekosten.
3. Duidelijkheid over aard van servicekosten
Met de wijziging van artikel 7:259 BW wordt explicieter naar voren gebracht dat servicekosten kosten zijn die een redelijke vergoeding zijn voor de daadwerkelijk geleverde service. De verhuurder mag geen winst maken.
4. Toetsing voorschotbedrag door de Huurcommissie
Tot slot kan de huurcommissie het voorschotbedrag voor álle servicekosten toetsen en vaststellen in het gereguleerde segment. Op dit moment is dat alleen mogelijk voor nutsvoorzieningen met een individuele meter. Deze bevoegdheid wordt dus uitgebreid. Dit zorgt er namelijk voor dat het gehele voorschotbedrag door de Huurcommissie kan worden getoetst. Door het onderscheid tussen nutsvoorzieningen met een individuele meter en servicekosten op te heffen wordt voorzien in een toetsingsmogelijkheid van het voorschotbedrag aan servicekosten in het geheel. Met de invoering van de Wet betaalbare huur is het voor huurders in het midden- en vrije segment mogelijk om servicekosten-geschillen aan de Huurcommissie voorleggen indien het huurcontract is afgesloten na 1 juli 2024.

Bron: NVM.nl

Wetswijzigingen 2026 voor de vastgoedsector
Redactie Rodenburg
Neem contact op met Redactie

Interessant nieuws

Bekijk overzicht
Omgevingswet per 1 januari 2024 van kracht

Omgevingswet per 1 januari 2024 van kracht

Met ingang van 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking in Nederland, wat van bijzonder belang is voor professionals in de vastgoedsector, zoals makelaars en taxateurs. Deze...
Prinsjesdag: de belangrijkste fiscale maatregelen 2024

Prinsjesdag: de belangrijkste fiscale maatregelen 2024

1. Woningwaardegrens naar €510.000  Vanaf 2024 zal de woningwaardegrens worden verhoogd naar € 510.000. Deze...
Bekijk overzicht